Waarom we steeds de verkeerde partners aantrekken..
En hoe je dit patroon eindelijk kunt doorbreken..
Misschien herken je dit…
Je leert iemand kennen en het voelt meteen intens. Die klik is er gelijk. Het voelt vertrouwd, veilig, alsof het zo had moeten zijn. Maar na een tijdje gebeurt er weer precies hetzelfde:
- De ander wordt afstandelijk en jij voelt je onzeker. Of jij trekt je terug, omdat het te dichtbij komt.
- Je gaat piekeren, analyseren, wachten op berichtjes.
- Je weet niet meer of je je intuïtie voelt of je angst.
En uiteindelijk eindigt het weer in teleurstelling. Veel mensen denken dan: Ik heb gewoon pech in de liefde. Maar dat is het niet. Dit is geen pech, dit is een patroon vanuit je systeem.
Waarom je valt op wat je eigenlijk níét wilt
En dit is het stuk waar veel mensen zichzelf keihard in herkennen: Je zegt tegen jezelf (en misschien ook hardop tegen vrienden): “Ik wil stabiliteit, rust, iemand die voor me gaat.” Maar als je eerlijk bent, zie je dit patroon steeds terug:
- Je valt op iemand die superlief is… tot hij/zij ineens onduidelijk is.
- Je vindt iemand interessant die je net genoeg aandacht geeft om te blijven hopen.
- Je kiest iemand die zegt dat hij/zij “niet klaar is voor iets serieus”… en toch blijf je hangen.
- Je voelt je aangetrokken tot iemand die het ene moment warm is en het andere moment koud.
- Of je eindigt bij iemand die in drie dagen praat over chemie, toekomst en soul connection, maar daarna ineens afhaakt.
En ergens diep vanbinnen wéét je: Dit is niet wat ik wil. Maar tóch blijf je erin. Tóch hoop je dat dit keer anders zal zijn. Waarom? Omdat dit precies de dynamiek is die jouw lichaam herkent. Het is niet de persoon die je aantrekt, het is het gevoel dat je kent.
Dat vlindergevoel? Die spanning? Het “zal hij wel, zal hij niet?” stukje? Dat energietje waarmee je op je telefoon blijft kijken? Het gevoel dat je moet opletten, aanpassen, tussen de regels doorlezen?
Voor je hoofd voelt het verwarrend. Maar voor je zenuwstelsel voelt het als thuis. Niet omdat het goed is. Maar omdat het vroeger óók zo voelde. Jouw systeem kent:
- Liefde die onzeker was
- Aandacht die wisselend was
- Mensen die er soms waren en soms niet
- Moeten raden wat de ander voelt
- Hard je best doen om gezien te worden
- Bang zijn om verlaten te worden
- Bang zijn om te dichtbij te komen
En daardoor voelt iemand die rustig, stabiel en duidelijk is soms bijna… saai. Niet omdat die persoon saai ís, maar omdat jouw lichaam rust niet herkent als liefde.
En iemand die jou onzeker maakt? Die voelt intens. En intens wordt dan verward met:
“Dit is echte aantrekkingskracht.” Maar intens is geen liefde. Intens is een oud patroon dat opnieuw afspeelt.
Als je dit leest en denkt: Ja… dit ben ik tot in detail, weet dan: je bent niet fout. Je bent niet dom. Je bent niet naïef. Je lichaam herhaalt iets dat het ooit heeft moeten overleven.
Binding- en verlatingsangst: twee kanten van dezelfde wond
Veel mensen herkennen zich in één van deze patronen of allebei:
Verlatingsangst
- Snel onzeker.
- Behoefte aan bevestiging.
- Je best doen als de ander zich terugtrekt.
- Denken dat jij “te veel” bent.
Bindingsangst
- Paniek als iets serieus wordt.
- Je terugtrekken terwijl je iemand leuk vindt.
- Je veiliger voelen op afstand.
Het zijn geen tegenpolen. Het zijn twee uitingen van dezelfde oorspronkelijke wond:
- Angst om niet genoeg te zijn
- Angst om verlaten te worden
- Angst om jezelf te verliezen
Je lichaam herhaalt gewoon wat het ooit heeft geleerd.
Hoe doorbreek je dit patroon écht?
En nee niet door “minder te appen”, “je harder op te stellen” of “je gevoelens te negeren”.Dat werkt niet. Echte heling gebeurt op diepere lagen:
1. Je gaat terug naar het eerste moment.
Wanneer voelde jij voor het eerst dat:
- je liefde moest verdienen? iemand er niet echt was?
- je je moest aanpassen om verbinding te houden?
Dit zit vaak in de jeugd, maar soms ook in vorige levens of familielijnen.
2. Je erkent de delen in jezelf die nog bang zijn.
Het kind-deel dat bang is om verlaten te worden. Het beschermdeel dat bang is om zich te binden. Beide willen gehoord worden.
3. Je leert je zenuwstelsel opnieuw afstemmen
Als jouw systeem gewend is aan:
- spanning
- drama
- schommelingen
- onzekerheid
… dan voelt rust in het begin onwennig.
Maar rust ís liefde. Je lichaam moet dat opnieuw leren.
4. Je doorbreekt het fysieke patroon
Tijdens regressie en NEI zie ik vaak dat het lichaam vasthoudt aan:
- angst om te verliezen
- angst om vast te zitten
- overtuigingen zoals “ik ben niet genoeg”
Wanneer die lading ontlaadt, veranderen je keuzes automatisch.
Wat er gebeurt als je het patroon wél heelt
Je voelt sneller wat klopt en wat niet.
- Je valt niet meer voor onduidelijkheid.
- Je stopt met jezelf verliezen.
- Je trekt andere mensen aan.
- Je voelt je beschikbaar voor echte, veilige liefde.
En vooral: Je komt terug bij jezelf.
Herken jij jezelf hierin?
Als je tijdens het lezen dacht: Dit ben ik. Dit is mijn patroon. Dit doe ik al jaren.Dan is dat geen toeval. Dit is je systeem dat zegt: Het is tijd om te helen.
Tot slot
Dit gaat niet over pech.
Dit gaat over oude stukken die eindelijk gezien willen worden. En precies dát is waar regressie, NEI en innerlijk werk zo ontzettend transformerend zijn.
Als je voelt dat dit het moment is om te stoppen met herhalen en te beginnen met helen dan ben je welkom. Je hoeft dit niet alleen te doen. Dit is jouw moment om terug te keren naar jezelf en een heel nieuwe manier van liefhebben te ontdekken.
Afbeeldingen
Copyright © 2025 Praktijk Anne Fleur.